De provincie Noord-Brabant heeft fors geïnvesteerd in zogeheten multifunctionele accommodaties (MFA’s). Dat zijn dorps- of buurthuizen die behalve een plek voor ontmoeting nog tal van andere functies herbergen. Denk bijvoorbeeld aan een school, een bibliotheek, kinderopvang en oefenruimtes voor toneel- of muziekverenigingen. Momenteel staan er prachtige huizen door heel de provincie. Maar hoe komt het dat het ene MFA succesvol activiteiten organiseert, terwijl er in het andere huis geen of veel minder bedrijvigheid is?

Het dorpshuis speelt al decennia een centrale rol in veel dorpen en buurten. Maar waar buurten en dorpen veranderden, veranderden veel buurthuizen niet mee. Veel huizen werden daardoor als verouderd ervaren. De nieuwe multifunctionele accommodaties kwamen er, maar daarmee niet als vanzelf ook het succes.

'Het zijn uiteindelijk niet de stenen, maar de mensen die het verschil maken.'

Het zijn uiteindelijk niet de stenen, maar de mensen die het verschil maken. Het zijn de vrijwilligers rondom de MFA die moeten zorgen voor de activiteiten. Zij moeten mensen uit de buurt betrekken en toezien op een sluitende exploitatie. Uit acht door EMMA/ANNE onderzochte MFA’s bleek dat er een vast patroon te vinden is, waarbinnen de sociale netwerken rondom de MFA’s komen tot slagvaardigheid. Het succes begint meestal met een of enkele "kartrekkers", de zogenoemde best persons. Deze mensen hebben idealen, maken plannen en voeren die vastberaden uit. Vervolgens zie je dat er zich andere mensen rondom de best persons beginnen te verzamelen. Dat zijn de first followers. Om dan daadwerkelijk dingen voor elkaar te krijgen moet je weten wat je wilt, hoe het werkt, wat er kan en hoe het moet.

Het blijkt dat het ene netwerk “als vanzelf” deze fasen doorloopt, terwijl het andere in een ervan blijft steken. Weten wat je wilt kan best lastig zijn als bijvoorbeeld de meningen daarover erg verdeeld zijn. Weten hoe het werkt, hoe je vrijwilligers werft bijvoorbeeld, en hoe je die warm houdt voor het ideaal is een vaardigheid waarvoor geen leerschool is. Zeker is, dat het heel anders werkt dan op de werkvloer. Als je weet hoe het werkt, moet je als clubje actieve burgers ook weten wat er kan. En weten wat kan, is vooral ook weten wat niet kan. Waar is de gemeenschap (nog) niet aan toe? Wat zijn taboes en heilige huisjes waar je met je initiatief maar beter van af kunt blijven? Tot slot moet je weten hoe het moet. Hoe je (financiële) steun en middelen van de lokale overheid krijgt, bijvoorbeeld. En hoe je aan de juiste vergunningen komt.

'Wat zijn taboes en heilige huisjes waar je met je initiatief maar beter van af kunt blijven?'

Als een netwerk van vrijwilligers aan deze voorwaarden voldoet dan is de kans groot dat de gemeenschap de MFA én wat er omheen allemaal gebeurt als eigen gaat ervaren. Een eigenaarschap dat leidt tot eigenheid. En als er bovendien zichtbare resultaten zijn geboekt, ontstaat er trots.

Als een gemeenschap te maken krijgt met verandering, ervaren velen dat als een verlies. Er moet afscheid worden genomen van oude gewoontes en bekende paden. Trots is daartegen de beste remedie. Trots is zodoende ook een centraal kenmerk, en feitelijk zowel oorzaak als gevolg, van echt sociaal veerkrachtig zijn.

Abonneer je vandaag nog op onze nieuwsbrief