Kansenongelijkheid door verschil in schooladviezen tussen veen en zand?

Kansenongelijkheid door verschil in schooladviezen tussen veen en zand?

Ga je naar een basisschool op het platteland, dan stroom je waarschijnlijk uit naar een lager onderwijsniveau dan wanneer je in een stad woont. Arie Slob, minister van onderwijs, maakt zich zorgen over deze verschillen tussen stad en platteland en spreekt van ‘kansenongelijkheid’. Hij kondigde nader onderzoek aan.

In Assen sprak ik met Paul Moltmaker, directeur van Plateau Integrale Kindcentra, een organisatie die zich inzet voor onderwijs en kinderopvang van kinderen van 0-13 jaar. Hij herkent het beeld dat Arie Slob schetst. Naast het verschil in schooladvies blijkt dat kinderen in de stad die hun eindtoets opvallend beter doen, een grotere kans hebben dat hun schooladvies daarop wordt aangepast. Ongeveer vier keer groter dan wanneer je op het platteland woont.

‘In Drenthe zien we vergelijkbare verschillen‘, vertelt Paul. ‘Tussen Oost- en West-Drenthe, tussen Emmen en Assen, maar ook tussen zand- en veendorpen. Kinderen in zanddorpen krijgen hogere schooladviezen dan kinderen in veendorpen. We zien ook dat ouders in veendorpen makkelijker meegaan in de wat lagere schooladviezen. Zij trekken niet meteen aan de bel als de eindtoets hoger uitvalt. Ze zijn volgzamer. In veel dorpen is de basisschool nog steeds een instituut dat een zeker respect ontvangt.’

Waarom dat zo is? ‘Dat kan wel eens terug gaan tot aan de veenkoloniale periode (in de 19e eeuw). Kinderen van veenarbeiders werden geacht sneller aan het werk te gaan en geld te verdienen. Een bijdrage te leveren aan het gezin. En nog steeds ligt er meer nadruk op met je handen werken. Goed leren kent minder status. Je bent dan al snel een 'snakker,’ merkt Paul op.

Het klinkt logisch: de armoede in het veengebied werd van generatie op generatie overgedragen en bood weinig ruimte om tijd te besteden aan iets dat op korte termijn geen geld in het laatje zou brengen. Risico’s kon je beter voorkomen, niet opzoeken. Teleurstellingen moet je voorkomen. Zo bezien, is een lager onderwijsniveau veiliger, want beter haalbaar. Bovendien biedt het net wat meer tijd om thuis een steentje bij te kunnen dragen.

Hoe anders is het in de Randstad. Waar ouders hun kinderen stimuleren om ambitie te tonen, risico’s te nemen,  en voor je zelf op te komen. Ouders spreken de scholen actief aan op een zo hoog mogelijk uitstroomniveau. ‘Ouders in de Randstad leggen bewust of onbewust relatief veel druk op hun kinderen. De lat ligt hoog. Veel kinderen lopen voortdurend op hun tenen,’, vindt Paul. De relatie met het groeiende aantal burn-outs ligt voor de hand.

Is het verschil tussen de Randstad en het platteland een probleem? Paul vindt van wel. Hij merkt op dat de basisscholen en ouders in Drenthe wel wat meer aandacht mogen hebben voor het schooladvies. ‘Zeker als de eindtoets opvallend hoger uitvalt dan het voorlopig advies. We zien in dat soort situaties niet altijd een serieus gesprek plaatsvinden om het advies te heroverwegen. Scholen zouden daarin het voortouw moeten nemen, als ouders er niet zelf mee komen. De lat mag wat mij betreft best een beetje hoger. Het verschil kan en moet kleiner.’

De discussie over het schooladvies is nog lang niet beëindigd. Zowel scholen als ouders in het Randland moeten alert zijn op het schooladvies dat ze geven en krijgen. Accepteren we een veiliger ‘lager’ of streven we naar een haalbaar ‘hoger’? De vraag is vooral op welke manier we kinderen zo goed mogelijk begeleiden bij het uitstromen naar het vervolgonderwijs dat het beste bij ze past.


Foto: Onderwijsgek (Wikipedia)

U bent hier

Thema experts

Arnout Ponsioen

Partner ANNE

Onderwijs en ontwikkeling

Onderwijs en ontwikkelen. Misschien wel de enige om vooruit te komen op de arbeidsmarkt. Geen enkele organisatie kan er nog omheen: kennis en vaardigheden zijn een groot goed. Je voortdurend