Sinds een paar jaar is er zowel bij de Rijksoverheid als bij lokale overheden groeiende interesse in digitale participatietools om burgers te betrekken bij beleid. En nu het grootste deel van Nederland verplicht thuis moet blijven in verband met de corona-maatregelen, worden deze tools mogelijk nóg interessanter. Drie tips uit het in 2019 afgeronde evaluatierapport van ANNE en EMMA waarin de proeftuin Lokale Digitale Democratie centraal stond.

Een proeftuin?

Na een kwartiermakersfase, startte in 2018 de proeftuin Lokale Digitale Democratie, onderdeel van het programma Democratie in Actie van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en verschillende beroeps- en belangenverenigingen. In de proeftuin experimenteren Nederlandse gemeenten met open source participatietools. EMMA en ANNE werd gevraagd deze proeftuin te evalueren. En zowel te kijken naar de ervaringen van de gemeenten met de tools zelf, als hun ervaringen met de proeftuin als instrument. Hieronder een sneak preview uit ons evaluatierapport.

Open source digitale participatietools

Participatie is hip. Steeds vaker mogen inwoners meepraten met lokale overheden over de inrichting van hun stad, dorp of gemeente. En lang niet altijd gaat dit via een bewonersavond in het buurthuis. Veel gemeenten willen grotere en meer diverse aantallen bereiken om mee te praten over hun beleid. Online participatietools maken dit eenvoudiger.

Het idee achter open source participatietools is bovendien dat er gebruik wordt gemaakt van ‘gratis’, openbaar toegankelijke software. Als die eenmaal ontwikkeld is, kan iedereen daar gebruik van maken. Doorontwikkelingen kunnen samen bekostigd worden, of door de meest draagkrachtige, maar iedereen kan ervan profiteren. Dit voorkomt dat het wiel steeds opnieuw wordt uitgevonden en zorgt bovendien voor meer transparant proces. Per gemeente of per project kan de software worden getweaked, waardoor er toch tot op zekere hoogte aan de verschillende wensen kan worden voldaan.

Één van de geïnterviewden gebruikte de metafoor van een schip om dit te beschrijven. Wanneer je een schip bouwt, dan heeft dat schip bepaalde afmetingen en specificaties. Het is duidelijk wat het schip wel en niet kan. Het kan varen, maar het zal niet ineens kunnen vliegen. Wel kun je de vlaggenmast veranderen, of de boot een andere kleur geven. Maar het blijft, in de basis, dezelfde boot. Zo moet je open source software ook zien.

 

Drie tips voor wie aan de slag wil

In de proeftuin gingen verschillende gemeenten aan de slag met onder andere Consul (ontwikkeld in Madrid) en Stem van West (ontwikkeld door de gemeente Amsterdam). In totaal interviewden we 29 mensen bij 17 gemeenten (waarvan 7 in de regio Noordoost) en 4 organisaties over hun ervaringen in de proeftuin. Daar kwamen een paar belangrijke inzichten uit, waarvan we er hier drie willen delen:

1. Benodigd: breed draagvlak, verschillende expertises

Digitale democratie omvat veel aspecten. Het gaat over nieuwe vormen van democratie en inspraak maar ook over digitalisering. Het vereist daarom van gemeenten om mensen met verschillende expertises te verbinden. En er moet breed draagvlak zijn. Een gedreven ‘trekker’, aanspreekpunt of coördinator die hiertoe in staat is, is essentieel.

Iemand die zorgt voor de communicatie naar ‘binnen’ – naar griffie, raadsleden, wethouders, maar ook naar IT, communicatie en projectmanagers – en zorgt voor communicatie naar ‘buiten’ – naar de andere gemeenten en technische partners.

Stem van West Amsterdam screenshot 2020

Homepage Stem van West (Bron: www.stemvanwest.amsterdam.nl)

2. Goedkoper maar niet gratis

Hoewel de open source software gratis is – en verdere ontwikkelkosten kunnen worden gedeeld – is het gehele digitale participatietraject niet gratis en zeker niet eenvoudig. Het vraagt om een behoorlijke tijdsinvestering én de nodige (ICT-)kennis die niet altijd in huis aanwezig is. Een tool moet immers gebruiksvriendelijk maar toch ook veilig zijn.

Een voordeel van de samenwerkingsverbanden in de open source community is wel dat de kosten voor dergelijke ingehuurde kennis of kracht kan worden verdeeld. Verschillende gemeenten kunnen bijvoorbeeld dezelfde projectcoördinator aanstellen.

3. Leren door te doen

De ontwikkeling van open source digitale participatietools is nog volop in beweging. En er is geen blauwdruk hoe je als (lokale) overheid deze tools het beste kan implementeren. Zoals gezegd: het hangt af van geld, capaciteit, draagvlak, kennis, en nog vele andere factoren.

Een van tevoren volledig doordacht plan blijkt in elk geval in de praktijk vaak onrealistisch. Het hele proces uitdenken is haast onmogelijk en die ambitie kan zorgen voor vertraging. Uit ervaring blijkt dat het gezegde ‘al doende leert men’ hier meer van toepassing is. Stapsgewijs toepassen en problemen oplossen als ze zich voordoen.

Meer weten?

Benieuwd naar meer inzichten en tips? Mail Arnout of Linda, ze vertellen er graag meer over.
Het rapport dat we schreven is helaas nog niet online beschikbaar. Zodra dat het geval is, zullen we de link delen.

Foto homepage: Christin Hume on Unsplash

Abonneer je vandaag nog op onze nieuwsbrief