Onlangs kreeg de NS veel aandacht voor een nachtelijke testrit. Een trein reed op hogere snelheid van Groningen naar Den Haag Centraal. De tijdswinst: 15 minuten. Deze snellere verbinding zou zeker één of twee keer per dag mogelijk moeten zijn,  volgens Rogier van Boxtel, directeur van de NS. Champagne! Een aantal blije Groningers prominent in beeld. Maar de reacties op internet waren kritisch. Het gaat vast nog heel lang duren voordat die verbinding er is. Waarom maar één of twee keer per dag en niet standaard in de spits? Zou de NS niet beter kunnen investeren in sneller verbindingen met Berlijn?

Wat mij opviel aan deze testrit, was de rijrichting: van Groningen naar Den Haag CS. De snellere trein maakt Den Haag. bereikbaarder. En niet Groningen. Sneller naar de Randstad! Het hogere doel. Want daar wil iedereen zijn. Toch?

De keuze voor de rijrichting lijkt triviaal, maar illustreert de sterke focus op de bereikbaarheid van de Randstad in het denken over mobiliteit. Dat is goed voor de werkgelegenheid aldaar. Werkgevers kunnen steeds moeilijker werknemers vinden. Met de snellere verbinding kunnen werkzoekenden in het Randland (of toch in ieder geval in Groningen) makkelijker aan de slag in de Randstad.

Die redenatie lijkt goed te verdedigen maar kent ook een keerzijde. Over het algemeen zorgen ‘betere wegen’ voor toenemend gebruik. Leidt deze eenrichtings-spoorverbinding daarom voor een versterkte uittocht van werknemers en werkgevers? En heeft het Randland dus straks het nakijken?

Zou een andere rijrichting van de testrit ook een andere uitstraling hebben? In vijftien minuten ben je sneller in Groningen? Zo wordt het Randland aantrekkelijker voor bedrijven en werknemers om zich te vestigen. Want Randland, daar wil toch iedereen eigenlijk wonen? Goed bereikbaar, betaalbare woningen, veel ruimte, nauwelijks files. Voor sommigen, wellicht. Zeker niet voor iedereen. Voor een volksverhuizing van enige omvang is uiteraard veel meer nodig. En bovendien… wat zouden de inwoners van het Randland vinden van zo’n toeloop?

Bron foto: Marc Fonteijn

Geschreven door

Arnout Ponsioen

partner ANNE - antropoloog en nieuwe media - stad & land - onderwijs & ontwikkelen

Abonneer je vandaag nog op onze nieuwsbrief