Assen is de eerste gemeente in Nederland die thuiswerkende sekswerkers actief benadert met de vraag zich kenbaar te maken aan de gemeente. Een laagdrempelige manier om deze groeiende sector in beeld te krijgen. Burgemeester Marco Out neemt de zaak serieus: ‘De landelijke wet- en regelgeving kwam maar niet van de grond. Daar wilden we niet meer op wachten. Dus zijn we zelf aan de slag gegaan.’

Dat het onderwerp hem aan het hart gaat, blijkt ook uit het feit dat Out – die naast burgemeester van Assen ook hoofd van de Veiligheidsregio Drenthe is – tijd maakt voor ons gesprek. Ja, hij heeft het druk. Maar hij vindt het ook belangrijk om even over ‘iets totaal anders’ te praten dan de corona-crisis.

We schreven dit artikel voor Overheid van Nu

Een sector in beweging

De sekswerksector is, net als andere sectoren, aan verandering onderhevig. Steeds meer sekswerkers kiezen ervoor vanuit huis te werken, in plaats van in clubs of achter de ramen (ook wel de vergunde sector genoemd). Klanten vinden ze via het internet.

Voor gemeenten is het lastig deze sector in beeld te krijgen. Het adverteren op internet gaat snel, er zijn nepprofielen, en sommige sekswerkers verblijven maar kort in de gemeente. Wie als sekswerker (legaal) vanuit huis wil werken, heeft bovendien geen vergunning nodig. Contact met de gemeente is niet noodzakelijk. Dit maakt dat deze groep sekswerkers veel lastiger te bereiken is voor de gemeente. En maakt het ook lastiger om misstanden op te sporen en tegen te gaan.

Ook de gemeente Assen merkte dat. En wilde daar wat aan doen.

Out: ‘Wij hadden zelf nog geen beleid op prostitutie vanuit huis. En het opstellen van landelijke wet- en regelgeving duurde in de praktijk veel langer dan de ambitie is geweest. Wij vroegen ons af: gaan we daarop zitten wachten of gaan we aan de slag?’

Er werd gekozen voor het laatste, samen met buurgemeenten Aa en Hunze, Borger-Odoorn en De Wolden.

 

Samen opstellen, zelf implementeren

Out legt uit dat zijn gemeente hierin de trekker is. En bovendien de enige is die het beleid al in de praktijk heeft gebracht.

‘Het idee was: in plaats van op al die verschillende gemeentehuizen hetzelfde te gaan doen, kan beter één gemeente het voortouw nemen. Daarom hebben wij het beleid opgesteld, mede namens de andere gemeenten. De implementatie doet elke gemeente apart.’

Out is blij met de samenwerking. En probeert ook op andere gebieden opgaven gezamenlijk op te pakken. ‘Het is vaak efficiënter, maar het is ook voor ketenpartners overzichtelijker als je je gelijkluidend opstelt.’

Minder ingrijpend dan een vergunningsplicht

Voor de gemeente Assen staat het welzijn van de sekswerkers voorop, geeft Out aan. In Assen gaat het waarschijnlijk om een veertigtal sekswerkers die vanuit huis werken. Omdat er geen registers bestaan voor deze sector, is het precieze aantal niet met zekerheid te zeggen.

‘De vraag is: hoe kunnen we deze mensen ondersteunen? Hebben ze er zelf voor gekozen dit werk te doen? Is er sprake van mensenhandel of ondermijnende activiteiten? Die combinatie van veiligheid en gezondheid is waar we mee aan de slag gaan’, legt hij uit.

Dit resulteerde in een zogeheten ‘erkenningsplicht’. Handhavers van de gemeente Assen benaderen de thuiswerkende sekswerkers actief met de vraag of zij zich willen laten erkennen. Erkenning betekent dat de gemeente op de hoogte is dat er sekswerk plaatsvindt op het adres. In het gesprek vertelt de handhaver over de regelgeving en door de gemeente aangeboden zorg, bijvoorbeeld het gratis inloopspreekuur bij de GGD.

Erkenning betekent niet dat iedereen zomaar kan achterhalen waar sekswerk plaatsvindt in de gemeente. De persoonsgegevens van de sekswerker worden bij erkenning namelijk gekoppeld aan een nummer, dat alleen voor de handhavers en sekswerker zelf te herleiden is. De privacy van de sekswerker blijft zo gewaarborgd.

Tot niets verplichten, maar wijzen op voorzieningen

Het idee achter de erkenningsplicht is dat de sekswerker beter op de hoogte is van regelgeving en door de gemeente aangeboden zorg. En dat misstanden tijdig kunnen worden opgespoord. 

Toch is de term enigszins verwarrend. De erkenning is namelijk geen verplichting. Het gaat om vrijwillig contact, benadrukt Out. Een bewuste keuze.

‘Net als veel andere gemeenten twijfelden we of we een vergunningsverplichting wilden instellen. Maar dat is vaak heel strict en maakt het onnodig lastig voor de sekswerker. Dan loop je het risico dat je de kwetsbare mensen juist lastiger bereikt. Dat ze uitwijkgedrag gaan vertonen.’

Uitzondering op deze regel is als er vermoedens zijn van mensenhandel of uitbuiting. Out: ‘Dan nemen we de stap tot indringender contact. En overleggen we met de ketenregisseur mensenhandel, die we, als de twaalf Drentse gemeenten, samen hebben aangesteld. Die pakt de signalen dan verder op.’

'We zijn echt aan het pionieren hier in Drenthe'

Een nieuwe vorm van openheid

Assen is de eerste gemeente van Nederland die is overgegaan op deze nieuwe maatregelen. Sinds begin dit jaar gaan de handhavers langs de deuren. Over de eerste resultaten wil Out dan ook nog niet te veel zeggen. Dat vindt hij te voorbarig.

‘Het grootste obstakel lijkt te worden: lukt het ons om de voordeur te beslechten. Van oudsher is het een gesloten branche. En onze aanpak vraagt een nieuwe vorm van openheid.’

Hij merkt dat sommige sekswerkers dat nog wel eng vinden. Maar tegelijkertijd zien ze de toenadering ook als iets positiefs. Omdat het de sector uit de taboesfeer haalt.

Out: ‘We zijn echt aan het pionieren hier in Drenthe.’

 

Foto: Patrick van den Hurk 

Geschreven door

Linda de Veen

media-analyse – burgerparticipatie – veiligheid & criminaliteit - journalistiek

Abonneer je vandaag nog op onze nieuwsbrief